JTAG

Joint Test Action Group (JTAG) is een industriestandaard en is ontworpen om snel en gemakkelijk printplaten (PCB’s) te testen. Deze techniek kunnen wij soms ook gebruiken om via de processor de ruwe data te verkrijgen op de aangesloten geheugenchip. Dit proces is niet destructief.

ISP

In-System Programming (ISP) is de techniek om verbinding te maken met een geheugenchip om de volledige inhoud daarvan te downloaden. EMMC en eMCP geheugen zijn de standaard in de smartphones tegenwoordig.
Door het solderen van micro wires (0,05mm doorsnede) wordt contact gemaakt met bv. de 8-bit parallelle communicatie interface van de eMMC geheugenchip. Via ISP is het mogelijk om een volledige datadump van deze geheugens te maken zonder deze te verwijderen (chip-off) of het apparaat te vernietigen.

Chip-off

Chip-off is een geavanceerd proces waarbij (middels de-solderen) een geheugenchip uit/van apparatuur wordt verwijderd om een ​​fysieke gegevensdump te verkrijgen. Met een speciale lezer en specifieke adapter, kan deze geheugenchip vervolgens worden uitgelezen. Daarna zal deze ruwe data nog moeten worden omgezet in de benodigde informatie.
Chip-off is een kostbaar en destructief proces waardoor het oorspronkelijke apparaat daarna zeker niet meer zal werken. Indien mogelijk proberen wij ook altijd eerst een niet-destructieve techniek, zoals eerder genoemde JTAG of ISP.

Monolith

Monolith is simpel gezegd; processor én geheugen verwerkt in 1 enkele (kleine) chip. De nieuwste geheugenkaarten en USB-sticks zijn vaak van het type ‘monolith’. In combinatie met de techniek ‘chip-off’ is dit een specialistisch werk en daarom ook vrij kostbaar. Wil je precies weten waarom, lees dan hieronder de uitleg bij de architectuur van geheugenchips.

Architectuur van geheugenchips

Met de architectuur van de geheugenchip wordt bedoeld het verschil tussen een aparte controller met één of meerdere gesoldeerde NAND geheugenchips, of een alles-in-één oplossing waarbij zowel de NAND geheugenchip als de controller samengevat zijn in één composiet. Bij lossen geheugenchips kunnen deze relatief eenvoudig worden losgehaald en met een geschikt voetje worden uitgelezen. Bij een alles-in-één oplossing (monolith) moeten micro-wires gesoldeerd worden aan contacten op het monolith, waarbij de functie van de contacten van tevoren bekent moet zijn of moet worden uitgezocht. Onderzoek aan een monolithische USB-stick is derhalve zeer arbeidsintensief.

Met de gebruikte ‘package’ wordt bedoeld dat er bij gebruik van losse NAND geheugenchips sprake kan zijn van meerdere packages. Hierbij zijn TSOP-48, LGA52 en BGA-52 enkele voorbeelden. Deze laatste twee zijn, vanwege het Ball Grid Array lastiger los te solderen dan de TSOP-48 variant omdat dit met gecontroleerde hete lucht moet worden verricht. Hierdoor is dit proces tevens arbeidsintensiever.

Tot slot is het type gebruikte geheugencel van belang. De meeste degelijke variant is hier het zogenaamde SLC-geheugen. Deze cellen kunnen twee energieniveaus vasthouden, de 0 of de 1. De opvolger hiervan is MLC-geheugen waarbij sprake is van vier energieniveaus per cel. Ook dit geheugen is nog degelijk te noemen. Tot slot is er TLC-geheugen waarbij acht energieniveaus in één enkele geheugencel worden opgeslagen. Hiermee is de capaciteit van het totale geheugen sterk toegenomen maar omdat de celwand zeer dun is geworden en degeneratie van deze cellen snel gaat, is dit geheugen zeer storingsgevoelig en is er spraken van veel tot zeer veel bit-fouten. Helaas wordt dit laatste geheugen steeds vaker gebruikt en zorgt voor lange recovery tijden omdat er veel tijd gaat zitten in het juist uitlezen van defecte of bijna defecte cellen.

Tot zover even een korte uitleg over de verschillen in USB-sticks en geheugenkaarten als het gaat om datarecovery en waarom er prijsverschillen kunnen zijn maar ook waarom de onderzoekstijd kan variëren.